Top Puscanturpa Este gehaald!

Tue, 07/31/2012 - 22:03 - Basecamp

Heel goed nieuws! Gisteren hebben Vincent, Bas en Bas de top van de Puscanturpa Este (5440m) bereikt via een nieuwe route. Driemaal bleek scheepsrecht. Twee eerdere pogingen waren al mislukt, maar deze keer zijn we erin geslaagd om boven te komen! En we kregen de beklimming niet bepaald cadeau. Onze route heet Poco Loco en krijgt de waardering TD, VI+. Met het bereiken van de top is ons doel van de expeditie bereikt. Alle reden voor een feestje in basiskamp dus! Hieronder het verslag van Bas Visscher:

Op de col bij de instap van de route staat een harde, ijskoude wind. Het lijkt alsof hij dwars door al mijn lagen kleding heen snijdt. Twee dagen geleden was de wind ook al zo sterk dat Saskia, Elly en ik direct besloten om niet eens aan de route te beginnen. Vincent en Bas S hadden er minder moeite mee en wisten een goed begin van de route te vinden. Vandaag is de wind nauwelijks zwakker, maar deze keer ben ik vastbesloten om door te gaan. Met voeten als ijsklompjes trekken we onze klimschoenen aan. Bas S trapt af, hij kent nog de eerste paar lengtes van de poging van twee dagen hiervoor. Als ik naklim kan ik de eerste meters met handschoenen aan doen, maar dan volgt een traverse waar ik ze uit moet trekken. Brrrr...koud!
Bas heeft stand gemaakt bij een oude mephaak die geplaatst is door de Britse eerstbeklimmers in 1986. Zij vonden de moeilijkheden zo groot dat ze besloten ab te seilen en beklommen de berg uiteindelijk via de meer eenvoudige achterkant. Voor zover wij weten is de berg pas in 2007 voor de tweede (en meest recente) keer beklommen door een Sloveens team. Al een half jaar dromen we ervan om daar vandaag de derde beklimming aan toe te voegen.
Bas gaat verder in de tweede touwlengte. Het klimmen is een soort puzzel. In het vulkanische gesteente zijn zuilen gevormd - rotsklimmende lezers weten misschien dat je in het Duitse Ettringen soortgelijk gesteente aantreft. De grepen zijn uitstekend, de afzekering soms wat spaarzaam, de moeilijkheid ongeveer VI-. Onder mij zie ik Saskia in de eerste lengte omhoogklimmen. Maar als Elly is nagekomen besluiten zij direct af te dalen. Te koud. Ik kan het me goed voorstellen, want zelf ben ik ook aan het rillen op de standplaats. Voor deze beklimming moeten we de tanden op elkaar zetten. Niet perse om de moeilijkheid, maar meer om de combinatie van koude wind, tijdsdruk en het vinden van beklimbare en betrouwbare rots.
Van Vincent heb ik gehoord dat we vanaf de derde lengte meer beschut zijn, dus daarom zet ik door. En na een IV+ traverse komen we op een brede band, die inderdaad redelijk uit de wind ligt. We zijn nu bijna op het punt waarop Bas en Vincent eerder zijn omgedraaid. Een V+ lengte volgt. Het is oppassen voor grote loszittende blokken. Ik klim behoedzaam, om te voorkomen dat ik iets, klein of groot formaat, op Vincent laat vallen. Technisch klimmen op ruim 5000m hoogte gaat verbazingwekkend goed, maar ik merk wel dat twee weken acclimatisatie me goed hebben gedaan. En al met al blijft het hard werken. Af en toe ben ik plotseling buiten adem bij een moeilijke beweging. En ook is klimmen op losse rots psychisch belastend, het vreet langzaam je concentratie op.
Gelukkig voelt Bas S zich sterk. Na een vlak gruisplateau vol met losse blokken klimt hij via een steile versnijding omhoog. Ikzelf zag deze lengte niet zitten om voor te klimmen, maar als ik naklim merk ik dat het spannend, maar goed te doen is. De lengte daarna blijkt de crux te worden. Bas klimt voorzichtig omhoog, elke greep testend om te voorkomen dat hij verrast wordt door losse rots. Als ik een schreeuw van boven hoor, schrik ik en denk ik dat hij valt. Gelukkig heeft hij zijn evenwicht weten te bewaren en valt de losgetrokken steen langs ons. Omdat de versnijding boven hem ophoudt, traverseert hij naar links. Hier begint de echte hel van het rotsklimmen. Schrikbarend losse rots, met sneeuw tussen de versnijdingen. De wind is ook weer opgestoken, en Vincent en ik verkleumen op de standplaats.
Elke fatsoenlijke alpinist zou op de topgraat zijn bergschoenen hebben aangetrokken, maar wij hebben uit gewichtsoverwegingen alleen klimschoenen meegenomen. We klimmen via een mix van sneeuw en steile gestapelde rotspuntjes (zoiets als Jenga) naar boven. Het is onwijs brak terrein, en misschien verklaart dit wel waarom de berg zo weinig is beklommen. Maar toch is er ook vreugde als we boven zijn. En opluchting. Achter ons zien we de grote 6000'ers van de Cordillera Huayhaush - en ook de gevaarlijke Siula Grande waar Joe Simpson zijn Odyssee beleefde.
We starten met de lange afdaling naar beneden. Boorhaken plaatsend om zeker te zijn van goede abseilpunten. Het kost tijd, maar je bent dan wel zeker van een betrouwbaar punt, en dat is met de rots van de Puscanturpa geen overbodige luxe. We hebben nog een uur daglicht als we bij de voet van de wand staan. Dan begint de slopende terugtocht naar ons basiskamp. Op de heenweg was het vier uur aanloop, terug kost het ook zeker drie uur. Op de automatische piloot werkt het het beste. Elly en Saskia komen ons tegemoet gelopen en nemen de rugzakken het laatste stukje over. Terug in de basiskamptent haalt Bas een paar biertjes tevoorschijn. Proost, zegt ie, op de Puscanturpa Est! Ik voel vooral 16 uur inspanning in mijn lijf en duik na een half flesje gauw mijn tent in.
We kijken natuurlijk wel tevreden terug op onze beklimming, de derde van de berg en via een nieuwe route. Er zitten hele leuke lengtes in, maar de laatste honderd meter zijn wel behoorlijk brak. Maar goed, bij een goed alpien avontuur gaat nooit alles vanzelf. We hebben nog ruim een week en zullen hopelijk nog wel een relaxte rotstochten maken. We houden jullie op de hoogte.