Revanche op de Piz Badile - een beklimming van de Ringo Starr

Mon, 09/12/2016 - 09:28 - basv

Over hoe we opnieuw vrezen dat we het klimgebied niet in mogen – een grote zoektocht naar de juiste route – indrukwekkende cruxlengtes – een afdaling die wederom tegenvalt –een mislukte race tegen de klok – voldoening bij de pizzeria. 

‘Koffie?’ vraagt Bas, als ik zijn woonkamer  in Wateringen binnenloop. Mijn ogen glijden langs de ingepakte duffles. Op de tafel liggen de laatste spullen die nog ingepakt moeten worden. Mijn hart staat een paar slagen over als ik zijn paspoort op de tafel zie liggen. Ik weet meteen dat ik het paarse boekje niet bij me heb. Vol schaamte en ergernis doe ik mijn bekentenis tegen Bas. Hij reageert relaxed.De ervaring van onze expeditie in Pakistan ligt nog steeds akelig vers in ons geheugen. Vijf weken terug verleende het Pakistaanse leger ons geen toestemming om naar de Yawash Sar te gaan. De fratsen van een Chinese wapensmokkelaar gooiden voor ons roet in het eten. De kater van de expeditie was zo groot dat we al in Islamabad nadachten over een snelle revanche beklimming in de Alpen.

Bas stelt voor mijn paspoort te halen in Amsterdam. Even later rijden we de snelweg op. ‘Heb je eigenlijk wel je huissleutels bij je?’, vraagt hij half plagend. ‘Ja, zeker weten’, zeg ik, me niet voor kunnen stellend dat ik ook nog zo stom ben om die thuis te vergeten. Maar als ik in mijn broekzakken graai begin ik langzaam te zweten. Ik pak mijn telefoon en zie dat Dorien al heeft gesmst dat mijn sleutels nog op tafel liggen. Ze is niet meer thuis en er is geen mogelijkheid waarmee ik mijn huis binnenkom. Bas begint hard te lachen als ik mijn nieuwe onhandigheden opbiecht. Nog net op tijd om in te voegen op de afslag naar Arnhem.

Als we de Zwitserse grens naderen begin ik enigszins nerveus te worden. Het zal ons toch niet overkomen dat we weer ons klimgebied niet in mogen? Verschillende sluiproutes worden overwogen maar uiteindelijk besluiten we gewoon te hopen dat we niet gecontroleerd worden bij de snelweg. De opluchting is groot als de douanebeambte ons geen blik waardig gunt en met een argeloos handgebaar ons de toegang tot Zwitserland verschaft. 

Bas en ik hebben in de loop der jaren een rijke historie aan mislukte lange weekenden naar de Alpen opgebouwd.  De terugkerende factoren waren slechte condities, niet kloppende weerberichten, blessures maar vooral toch te ambitieuze plannen in te weinig tijd. Na Pakistan hunkeren we naar een mooie geslaagde tocht. Ons voornemen om de Ringo Starr op de Piz Badile noordwestwand te beklimmen is echter niet bepaald een garantie op een geslaagde dag klimmen. De topo waarschuwt voor een moeilijk te vinden route waarbij de moeilijkste lengtes pas helemaal bovenin komen. En om bij de voet van de wand te komen moet je door de wilde, spletenrijke gletsjer zien te navigeren.

De lijn is in 1985 geopend door Tarcisio Fazzini en consorten, wat relatief laat is voor zo’n logische lijn op een bekende berg. In tegenstelling tot wat je zou verwachten is de route niet naar de Beatle Ringo Starr vernoemt, maar naar een bekend Italiaans koekje. Op de facebook pagina van de Sasc Fura hut lezen we dat de gletsjer dit jaar in goede conditie verkeert. Met dit bemoedigende bericht in ons achterhoofd lopen Bas en ik naar de prachtig gelegen Sasc Fura hut op 1904m. 

De volgende mogen vertrekken we om 4.30 uit de hut. Tijdens de aanloop nemen we uitgebreid ons zelf opgestelde  “steenovenschema” door. Dit tijdspad moet ons in staat stellen voor sluitingstijd bij de pizzeria aan te komen. Met de eindeloze afdaling over de noordkante (1000m abseilen over neigende platen) mogen we niet later dan 13.00 op de top van de Badile aankomen om nog op tijd in het dal te zijn. Natuurlijk is dit hopeloos ambitieus voor zo’n avontuurlijke route. Maar het vooruitzicht van een lekkere pizza heeft misschien toch een stimulerend effect. 

 

 

 

 

 

Na een uur lopen verlaten we het gemarkeerde pad. Enigszins op de gok proberen in het donker we de juiste weg naar de gletsjer te bepalen. Het gaat gelukkig schemeren als we bij de linkerkant van de gletsjer aankomen. De stijgijzers gaan aan en we klauteren door het chaotische terrein naar boven. Na honderd meter klimmen staan we op een eenvoudig sneeuwveld dat direct naar de instap leidt. De beruchte aanloop was gelukkig geen enkel probleem.

Het is 7.30 als ik met koude handen en voeten de eerste passen op de rots zet. Het klimmen voelt onwennig. Misschien doordat ik in Pakistan geen meter rots heb geklommen, misschien doordat ik nieuwe klimschoenen heb. En mijn tas is ook niet echte licht door de gletsjeruitrusting en het drinkwater. Bas neemt de tweede lengte over en heeft ook last van koude handen. Hij mag gelijk aan de bak. Na een twintig meter overhangende versnijding komt hij onder een gladde plaat van nog eens twintig meter te staan. De verlossende bak is net iets te hoog voor hem, waardoor hij vol op wrijving moet staan zonder fatsoenlijke treden. De laatste zekering is een oude mephaak twee meter onder hem. Bij een val komt hij waarschijnlijk op een bandje terecht. Bas klimt vier keer terug naar zijn rust.

‘Shit Bas, ik vind het echt eng!’

‘Snap ik’, zeg ik, terwijl ik het steeds kouder krijg. Ik weet niet hoe ik hem helpen en ik probeer de gedachte aan nog een gefaald lang weekend te blokkeren. Nu al omkeren zou wel heel zuur zijn.  ‘Kan je niet je tas achter laten en dat we die later ophijsen?’

Bas hangt zijn tas op aan de mephaak en begint moed te verzamelen. Handen afvegen, poffen, het beste plekje op de tree markeren met magnesium. Ik haal het touw in zodat zijn val zo kort mogelijk is. Maar ik weet dat een val waarschijnlijk vervelend uitpakt. Dan gaat hij. Met een kreet van een opluchting weet hij de bak vast te grijpen. Hij  heeft het ergste van de touwlengte achter de rug en klimt behoedzaam naar boven over de platen. De route bijt gelijk van zich af.

Het is al half tien als de rugzak en ik me Bas hebben bereikt. Twee uur voor twee lengtes.  We turen naar de topo voor wat moet volgen. “Follow an oblique crack towards left.”  Ik klim naar links maar besluit dat rechts er veel logischer uit ziet. Ik kom verschillende mephaken tegen en dat stelt me enigszins gerust. Maar het klimmen gaat traag. Ik probeer goed vooruit te kijken om te voorkomen dat ik onszelf het verkeerde terrein in loods. Ik maak stand op een bandje en zie verderop twee roestige haken in de spleten zitten. Het lijkt nog steeds te kloppen.

Bas neemt de leiding over. Er volgt een fantastische lengte langs heerlijke granieten flakes. Ik geniet van de ambiance. Honderd meter onder mij ligt de wilde gletsjer. Op de standplaats buigen we ons opnieuw over de topo. We hebben drie verschillende versies bij ons, maar geen van de drie weet ons duidelijkheid te verschaffen. Ik besluit mijn gevoel voor de meest eenvoudige lijn te volgen en kom gelukkig aan bij een standplaats met vier mephaken. Het bovenliggende terrein ziet er tot onze opluchting niet moeilijk uit. Bas klimt snel voor en als hij de volledige 50m heeft uitgeklommen volg ik hem aan lopende zekering. We kunnen weer wat vaart maken en dat neemt het gevoel van de valse start weg. Geheel tegen beter weten in durven we na de soepele laatste lengtes weer over pizza als diner te dagdromen. 

 

 

 ‘Ik begrijp niks meer van de topo’, roep ik. Lengte 7 zou moeilijk moeten zijn maar wij zitten juist in eenvoudig terrein. Boven ons stijgen de eindeloze platen voor ons uit. Nog hoger zien we de markante versnijding waar we naar toe moeten. Voorlopig is dit ons enige oriëntatiepunt. We besluiten rechts aan te houden en klimmen aan de lopende zekering verder. Ik kan een heel stuk vaart maken, maar wordt dan afgeremd door steeds moeilijkere platen. Mijn laatste zekering is al een aardig stuk onder me en ik begin het spannend te vinden. Ik weet een kleine rode C3 cam te plaatsen. Die heeft een enigzins kalmerende functie, maar ik weet ook dat dit niet bepaald het type zekering is die een simultaan klimmende touwgroep kan houden.

Mijn opluchting is groot als ik twee betrouwbare cams weet te plaatsen. Met een moeizame traverse vol touwwrijving weet ik op een comfortabele plek voor een standplaats te komen. Daar zie ik opeens de boorhaken van Sogni ‘alta quota, een moderne route uit 2011 die rechts van Ringo Starr ligt. We besluiten daarom niet verder naar rechts te traverseren en zoeken de zwakste lijn naar links. De topo waarschuwde al dat in dit gedeelte van de wand vele varianten mogelijk zijn. Dat is een van de weinige punten die klopt aan de beschrijving tot zover.

We werken touwlengte na touwlengte af. De grote versnijding  komt slechts langzaam dichterbij. Dan is het aan mij om een gladde plaat boven de stand te beklimmen. De  eerste zekering is een mephaak op 7 meter boven de stand.  Een val in de standplaats zou een bijzonder slecht idee zijn op deze plek. Gespannen beweeg ik me over de kleine treedjes naar de haak. Mijn tenen beginnen al aardig pijn te doen in mijn nieuwe schoentjes. Ik voel dat we al een aantal uur aan het klimmen zijn. Maar met een hoop gepof en gepuf gaat het. Als ik de haak klip zie ik dat de lengte nog lang niet over is. Er volgt een taaie versnijding en het duurt lang voordat ik de stand bereik.  Tot mijn opluchting zie ik dat het nog maar een paar eenvoudige lengtes klimmen naar de grote versnijding is.

 

 

 

Het loopt al tegen vijven als we aan de laatste drie lengtes in de versnijding gaan beginnen. De imposante hoekversnijding werd door de eerstbeklimmers  ‘Il Magnifico’ genoemd. Het is inderdaad een bijzonder esthetische klim. De zon maakt het zekeren comfortabel maar zorgt er ook voor dat onze tenen nog verder opzwellen in de klimschoenen. We weten dat we normaal gesproken voor het donker op de topgraat staan, maar de gedachte aan het steenovenschema lijkt hopeloos ambitieus. Het is Bas zijn beurt om de 5c+ crux voor te klimmen. Ik zie dat hij alle zeilen moet bezetten. Met een paar luide kreten weet hij netjes door het moeilijkste stuk te klimmen. Ook naklimmend klim ik kreunend en steunend naar boven. Wat een pittige lengte!

Nog twee lengtes te gaan. Mijn beurt om voor te klimmen. De route gaat verder door de versnijding en daarna linksaf bij een dakje. Met spreiden en duwen vecht ik mezelf langzaam naar boven. Ik krijg kramp in mijn biceps als ik een paar passen flink door moet hijsen bij het steile stuk. Er zit nog weinig tempo in ons klimmen. Er staat 5b in de topo, maar de lengte doet niet veel onder voor de vorige. En die voelde ook al als behoorlijk hard gewaardeerd. Of zijn wij gewoon nog niet op krachten sinds onze Pakistan-expeditie?

 

 

 

 

 

 

Ik pers nog één keer mijn pijnlijke voeten in de klimschoentjes en klim de lengte na. Het is al 19 uur als ik Bas op de graat een high five geef. Het uitzicht is fantastisch en we genieten van het moment. Door de laaghangende bewolking is de ambiance extra indrukwekkend. Het hoogste punt van de noordkant is vlakbij ons. Voor de echte top met de obelisk moet je de afdaalroute naar Italië volgen. Daar hebben we de tijd en energie niet meer voor.

Het is een verademing om onze bergschoenen aan te trekken en naar beneden te mogen. We zijn moe, maar we moeten scherp blijven voor de lange afdaling via de noordkant. Ik ben deze route al twee keer eerder afgedaald. En ik weet dat we nog een lange weg te gaan hebben. We moeten eerst een paar lengtes afklimmen tot aan de geboorde abseilringen. Als we daar komen is het donker. We vinden gauw een goed ritme om af te dalen. We gebruiken een systeem waarbij we de eerste klimmer laten zakken, zodat het touw vanzelf goed komt te hangen. De tweede klimmer gaat abseilen. Zo dalen we redelijk snel lengte na lengte af. Halverwege de graat  gebeurt het onvermijdelijke: ons touw komt op een vervelende plek vast te zetten. Ik moet een hoop ingewikkelde en tijdrovende toeren uithalen om het touw te bevrijden. Daarna pakken we de draad weer goed op. Maar het blijft moeilijk om de ringen in het donker te vinden. Pas om 3 uur ’s nachts zijn we klaar met abseilen. 

We klimmen de geul onder de noordgraat af en staan dan plotseling bovenaan steile rotsplaten. Het is onduidelijk waar we heen moeten. We zijn al erg moe en besluiten niet veel moeite meer te doen. Over anderhalf uur is het licht, dus we kunnen net zo goed even gaan slapen. Scheelt ook een extra overnachting betalen in de hut. We vallen meteen in een diepe slaap.  Als het gaat schemeren word ik rillend wakker. Het gaat schemeren en ik ga op verkenning naar de route naar de hut. De eerste touwgroepen komen ons dan al tegemoet en ik zie gauw waar we heen moeten Op de automatische piloot lopen wij naar de auto.

Later op de dag schuiven we aan bij pizzeria Mamma Mia in Chur. Als hongerige wolven verorberen we de pizza. Het bij voorbaat al kansloze steenovenschema  is bij lange na niet gehaald. De blijdschap is er niet minder om, want we hebben genoten van dit mooie avontuur. We blikken uitgebreid terug op de taaie lengtes van Il Magnifico en verwonderen ons nog eens over ons de bijzonder vage topo. Met een voldaan gevoel zitten we op het terras. Dit was de ervaring die we nodig hadden. Ringo Starr blijkt een prima remedie tegen de Pakistaanse kater.